De onderstaande verschijnselen of symptomen moeten gedurende tenminste zes maanden aanwezig zijn geweest, waarbij enkele symptomen van onoplettendheid, hyperactiviteit en of impulsiviteit reeds voor het 7e jaar aanwezig waren. Enkele beperkingen uit de groep symptomen moeten aanwezig zijn op twee of meer terreinen, zoals werk, school en thuis.   De symptomen mogen niet uitsluitend voorkomen in het beloop van een andere psychiatrische stoornis, zoals een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet toe te schrijven aan een andere psychische stoornis.

Aandachtstekort

Aandachtstekort is een verschijnsel, dat het best kan worden omschreven als een leeftijdsinadequaat patroon gekarakteriseerd door het vaak vóórkomen van minstens zes van de onderstaande symptomen:

*   Onvoldoende aandacht kunnen geven aan details of achteloos fouten  maken in schoolwerk, huiswerk, werk of andere activiteiten.

*   Moeite hebben de aandacht vast te houden bij taken, spel of het uitkijken van een TV-programma.

*   Onvoldoende kunnen luisteren, als men wordt aangesproken.

*   Aanwijzingen of opdrachten niet opvolgen en er niet in slagen om schoolwerk, karwijtjes af te maken, of verplichtingen op het werk na te komen. (Dit mag niet berusten op dwars gedrag of op een niet goed hebben begrepen van de aanwijzing of de opdracht).

*   Falen in het organiseren van taken en activiteiten.

*   Vermijding van, afkerig zijn van of onwillig zijn ten aanzien van taken die een langdurige geestelijke inspanning vergen. Men denke bijvoorbeeld aan schoolwerk of huiswerk.

*   Bezittingen of dingen kwijtraken, die nodig zijn voor taken en bezigheden.

*   Verhoogde afleidbaarheid door prikkels uit de omgeving.

*   Vergeetachtigheid bij dagelijkse bezigheden.

Men kan de situatie van de patiënt  met ADHD ten aanzien van het aandachtstekort in metaforische zin omschrijven als het kijken door een lens van een fototoestel, dat in de breedhoekstand blijft staan, waarbij focussen tot de telestand niet lukt. 

Hyperactiviteit en impulsiviteit

Van de verschijnselen hyperactiviteit en impulsiviteit moeten er zes van de hieronder te noemen symptomen aanwezig zijn. Hyperactiviteit wordt beschreven in het vaak vóórkomen van een zestal symptomen, terwijl impulsiviteit wordt beschreven in het vaak vóórkomen van een drietal symptomen.

Hyperactiviteit:

*   Onrustig bewegen met handen en voeten, of draaien met de stoel.

*   Vaak opstaan in de klas of in andere situaties, waar verwacht wordt, dat men op zijn plaats blijft zitten.

*   Rondrennen of overal op klimmen bij kinderen in situaties, waarbij dit ongepast is. Subjectieve gevoelens van rusteloosheid bij adolescenten of volwassenen.

*   Moeilijkheden hebben met rustig spelen of met het zich bezighouden met ontspannende activiteiten.

*   Vaak “in de weer zijn” of  “doordraven”.

*   Aan één stuk doorpraten.

Impulsiviteit:

*   Gooit het antwoord er uit voordat de vragen zijn afgemaakt.

*   Moeite hebben, om op zijn of haar beurt te wachten.

*   Bezigheden van anderen verstoren of zich hinderlijk opdringen, door bijvoorbeeld zich zomaar in gespreken of spelletjes te mengen.

Psychiatrische aspecten bij kinderen

De primaire symptomen geven bij veel kinderen nogal eens aanleiding tot sociale afwijzing. Ook ouders kunnen hierdoor deze kinderen gaan afstoten of verwaarlozen. De omgeving heeft vaak te maken met kinderen die ongelukjes veroorzaken, anderen onderbreken en te veel ruimte innemen of aandacht vragen. De kinderen met ADHD worden vaak als lastig of zelf als gemeen gezien. Dit kan leiden tot minderwaardigheidsgevoelens, de neiging zich terug te trekken en tot depressies. Kinderen met ADHD hebben vaker ongelukken of letsels dan anderen. Zij zijn zich minder bewust van de gevaren en kunnen de waarschuwingen van volwassenen minder goed oppakken.  Ook worden zij beschreven als “clumsy”of onhandig. Het vermijden van sport komt vaak voor. Meestal zullen ADHD-kinderen zich meer op hun gemak voelen tussen jongere kinderen. Door de minderwaardigheidsgevoelens zijn ze geneigd om zich  terug te treken. 

Als pubers zullen veel ADHD-kinderen extra dwars zijn en het op school makkelijker laten afweten. Een relatief groot aantal gaat gemakkelijk over tot alcohol en drugsgebruik. Alcohol en cannabis (hash) of XTC geven een soort van kick waarbij de ADHD-er zich even beter lijkt te voelen. Het gevaar voor verslaving is groot. Sommige pubers met ADHD gaan over tot gokken of tot het bellen met sekslijnen, waarna de ouders geconfronteerd worden met torenhoge telefoonrekeningen. 

Psychiatrische aspecten bij volwassenen

Veel volwassenen die in hun kindertijd al dan niet gediagnosticeerde  ADHD problemen hadden, behouden later problemen.  Vaak ervaren zij veelal problemen in opleidingen en in het werk.  Er is nogal eens sprake van problemen in gesprekken. De verhoogde afleidbaarheid kan worden beleefd als een onvermogen om zich af te sluiten voor geluid en beweging.  De hyperactiviteit wordt vaak ook op volwassen leeftijd nog ervaren als een innerlijke rusteloosheid, een gejaagdheid of een zekere nervositeit. Veel volwassen patiënten friemelen, wiebelen of tikken continu met handen of voeten. De impulsiviteit zou zich vooral manifesteren in problemen met de zelfbeheersing bij een lage frustratietolerantie. De ADHD-volwassenen doen vaker impulsief aankopen. Hun stemming kan meerdere malen per dag wisselen. Zij hebben moeite met plannen en organiseren van activiteiten.

Bij volwassenen met ADHD-problematiek zijn er vaker verstoringen van de sociale relaties en is er meestal sprake van een relatief lager niveau van maatschappelijk functioneren. Zo hebben is vaak het thema: twaalf banen, dertien ongelukken op hen van toepassing. Studies of cursussen worden doorgaans niet afgemaakt. Verder zijn er  meer agressieve incidenten, suïcidepogingen, meer ongelukken, meer delinquent gedrag, meer overmatig gebruik van alcohol en drugs en meer seksuele en relationele  problemen. 

Home pagina

ADHD pagina